Laatst gewijzigd 4 augustus

Informatie over de coronacrisis (COVID-19) in de Nederlandse huisartspraktijk is schaars. Sinds 2 maart heeft het Fame-Net (Radboud Universitair Medisch Centrum Family Medicine Network) alle zorgcontacten met betrekking tot COVID-19 zorgvuldig geregistreerd.

FaMe-Net registreert alle consulten van arts-patiënt binnen een zorgepisode-structuur. Dit omvat diagnoses die kunnen veranderen tijdens een zorgperiode en alle contacten binnen deze zorgperiode. Alle morbiditeit wordt zorgvuldig geclassificeerd in overeenstemming met de International Classification of Primary Care (ICPC).

Het belang van deze trendgegevens is dat ze inzicht geven in het effect van alle overheidsmaatregelen. Deze zullen voor het eerst zichtbaar zijn bij een vermindering van COVID-19-infectiediagnoses in de huisartspraktijk. Vermindering van ziekenhuisopnames en verblijf op de intensive care-afdeling zal slechts dagen tot weken later zichtbaar zijn.

Uit de cijfers blijkt dat er aanvankelijk een forse toename was van aan COVID-19 gerelateerde problemen en een snelle stijging van het aantal nieuwe gevallen. De curve is na de eerste vier weken afgevlakt en er worden in de huisartsenpraktijk nauwelijks meer nieuwe gevallen gezien. Als ze al gezien worden, dan hebben de patiënten vaak al langere tijd klachten. Ook de verdere versoepeling van de overheidsmaatregelen op 1 juni heeft 14 dagen later niet geleid tot een toename van het aantal nieuwe gevallen. De gegevens in deze bijdrage zijn bijgewerkt tot en met 21 juni 2020, en zullen zolang de situatie stabiel is wekelijks worden aangevuld.

Het aantal gevallen van COVID-19 in de huisartspraktijk neemt gestaag toe, maar veel minder snel dan aanvankelijk. In Nederland is minder dan 10% van de klinisch zeer vermoedelijke gevallen getest. Bovendien bestaat de helft van de mensen met een positieve test uit medisch personeel dat – op advies van de GGD – de resultaten altijd doorgeeft aan de praktijk zonder zelf ernstige klachten te hebben (grafiek 1, 3). Het aantal nieuwe gevallen per dag neemt geleidelijk af. In het weekend worden opvallend weinig nieuwe gevallen gezien (grafiek 6 en 7)

Patiënten met een COVID-19-infectie melden diverse klachten bij de huisarts (grafiek 4). Mensen melden zich vaak in de eerste week na het ontstaan ​​van klachten. Minder dan 15% van de patiënten heeft bij het eerste contact langer dan een week klachten. Tot op heden is ongeveer 7% van de patiënten met een suspecte of aangetoonde COVID-19-infectie doorverwezen naar de tweedelijnszorg (grafiek 5).

De huisartspraktijk krijgt opvallend veel vragen over COVID-19 (grafiek 2). In vergelijking met contacten voor luchtwegklachten in de winter van 2019 gaat het om een toename van 67% (grafiek 8) Ongeveer 80% van alle verzoeken over COVID-19 wordt momenteel telefonisch afgehandeld. In Nijmegen worden patiënten verdacht van mogelijke COVID-19 infectie (koorts en / of luchtwegklachten) zo min mogelijk gezien in de eigen dag-praktijk, maar op de huisartsenpost die 24/7 bemand is. Alleen de huisbezoeken worden uitgevoerd door de eigen huisartsen. In het weekend zijn er opvallend weinig vragen, mensen wachten blijkbaar op hun eigen huisarts.

RTL-nieuws interview met Henk Schers

Artikel in Huisarts en Wetenschap

Artikel in NTvG

Artikel in Annals of Family Medicine